Wereldkeuken: Azië

Je hoeft geen globetrotter te zijn om de geur en smaak van verre reizen tot in je eigen keuken te brengen! Deze vind je terug op Fiesta Mundial. Moest je toch niet meer kunnen wachten dan kan je ook thuis genieten van een hapje uit de wereldkeuken.

Deze week presenteren we jou enkele klassiekers uit Azië.

Sushi Met gekaramelliseerde zalm

De oorsprong van sushi ligt in de conservering van vis door het te laten fermenteren met rijst, wat aan het begin van onze jaartelling in Zuidoost-Azië een gebruikelijke praktijk was. Deze conserveringsmethode verspreidde zich over de rest van Azië en bereikte uiteindelijk ook Japan, waar men aan het begin van de Edoperiode (1603–1868) ook de rijst mee begon te eten wanneer de vis nog niet volledig gefermenteerd was. Toen steeds meer Japanners zich verse vis konden veroorloven werd rijstazijn toegevoegd om de enigszins zure smaak van de gedeeltelijk gefermenteerde rijst na te bootsen. Sushi begon als street food, maar is dankzij de rijke variatie aan vis in de baai van Tokio en de ambachtelijk georiënteerde houding van Japan uitgegroeid tot een delicatesse. Het was uiteindelijk aan het begin van de negentiende eeuw in Tokio dat de tegenwoordige sushi vorm kreeg, met verschillende soorten vis, zeevruchten, groente en zeewier, samen bereid in kleine, sierlijke hapjes. Aan het begin van de twintigste eeuw verspreidde deze sushi zich over de rest van Japan en in de tweede helft van de twintigste eeuw over de rest van de wereld.

Ingrediënten voor 4 personen

400gr Japanse rijst
200gr wortelen
550gr zalmfilet in strookjes
200gr prinsessenbonen
4 nori
2el suiker
1,33el sake
1dl mirim
1dl japanse sojasaus
4,7cl rijstazijn
4,70dl water
1,33kl zout
olie
wasabi

Bereiding

  1. Snij de zalm in staafjes. Snij de wortelen in staafjes.
  2. Blancheer de groenten.
  3. Maak een marinade van sojasaus, mirin, sake en 1 el suiker; leg de zalm er 30 min. in.
  4. Spoel de rijst in veel water. Laat uitlekken. Overgiet met 2 x zoveel koud water. Dek af en laat op een zacht vuur garen tot al het vocht opgenomen is. Haal van het vuur en laat 30 minuten rusten.
  5. Laat rijstazijn, zout en suiker 1 à 2 minuten opkoken tot een lichte stroop. Roer die voorzichtig door de rijst. Dek af met een vochtige doek.
  6. Doe een beetje olie in een goed hete pan met antiaanbaklaag en schroei daarin de staafjes zalm snel dicht.
  7. Leg een norivel met de breedste kant naar u toe open op het sushimatje, de gladde kant naar onderen. Beleg met een dunne laag rijst (laat bovenaan een 2 cm brede strook vrij). Leg in het midden een dun lijntje wasabi en leg daar wat staafjes zalm, boontjes en worteltjes op.
  8. Rol met behulp van het matje de sushi op, van onder naar boven. Maak de onbedekte strook nori nat en sluit er de rol mee. Snij ‘m met een scherp mes in 4 à 6 stukken.
  9. Serveer de sushi met sojasaus.

Nasi goreng

De naam nasi goreng komt uit het Indonesische en Maleisische taalgebied: “nasi”, dat gekookte rijst betekent, en “goreng”, dat gebakken betekent. Het refereert specifiek aan de Indonesische varianten.

Nasi goreng wordt in Indonesië gezien als nationaal gerecht. Een internetenquête uitgevoerd door CNN International in 2011 gehouden onder 35.000 mensen zette nasi goreng op nummer twee in de lijst van ’50 heerlijkste gerechten in de wereld’ na rendang.

Ingrediënten voor 4 personen

400gr rijst
100gr garnalen
300gr kip of ham in blokjes
75gr wortelen
75gr prei
1el fijn gehakte selder blaadjes
75gr Chinese kool
75gr sojascheuten
200gr uien
2 eieren
2el ketjap
2el sambal
1el verse bieslook
2 teentjes knoflook
zout

Bereiding

  1. Snij ui en knoflook fijn.
  2. Snij het vlees in blokjes.
  3. Snij de groenten in stukjes.
  4. Hak de bieslook en de selderblaadjes fijn.
  5. Kook de rijst en laat uitlekken en afkoelen. Nog beter is een restje rijst van de vorige dag.
  6. Verhit wat olie in een wok en roerbak daarin de uien en de knoflook, tot de uien geel kleuren.
  7. Voeg het vlees toe en bak even mee.
  8. Doe er de groenten bij en roerbak ze. De groenten moeten wel knapperig blijven.
  9. Doe er beetje bij beetje de rijst bij en meng goed, tot de rijst en de groenten gelijkmatig verdeeld zijn.
  10. Roer de sambal en de ketjap door de nasi, en als laatste de garnalen.
  11. Breng op smaak met zout.
  12. Kluts de eieren, breng ze op smaak met zout en bak er een dunne omelet van. Rol op en snij in reepjes.
  13. Garneer de nasi goreng met reepjes omelet, en bestrooi met de fijngehakte bieslook en selder.
  14. Serveer met kroepoek.

Tikka Masala

Chicken tikka masala (ook afgekort als CTM) is een Brits-Indiaas gerecht. Het wordt in het Nederlandse taalgebied wel kip tikka masala genoemd. Het bestaat uit kip (chicken) die in stukjes is klein gesneden en gekruid (tikka) dan gebakken (traditioneel in een tandoor) en vervolgens opgediend in een saus met gemengde specerijen (masala) die in dit geval (vrijwel steeds) tomaten of tomatenpuree bevat.

Ingrediënten voor 4 personen

4 kipfilets
1dl volle yoghurt
1el citroensap
4 teentjes knoflook
5cm gemberwortel
1 takje verse koriander
1el garam masale
1kl paprikapoeder
1tl chilipoeder
zout

Bereiding

  1. Schil en rasp de gemberwortel.
  2. Pel en plet de knoflook.
  3. Snipper de korianderblaadjes fijn.
  4. Snij de kipfilet in blokjes van 2,5 cm.
  5. Vermeng de yoghurt met het citroensap, de kruiden en de specerijen. Kruid naar smaak met zout.
  6. Doe de kipblokjes in een kom, samen met de marinade. Schep om. Dek af en laat een nacht trekken.
  7. Verwarm de oven voor op 200°C. Steek de gemarineerde kipblokjes op metalen spiesjes. Leg ze op een rooster, boven een grote braadslee.
  8. Zet 15 minuten in het midden van de warme oven, keer ze af en toe om. Serveer met citroen.

Smakelijk!